|
Donderdag 12 juni werd het voorstel van resolutie betreffende Tibet en de organisatie van de Olympische Zomerspelen 2008 in China in de plenaire zitting besproken. De aanzet tot resolutie kwam er naar aanleiding van het gewelddadig optreden van Chinese ordetroepen tijdens betogingen in Tibet in maart van dit jaar. Bruno Tuybens sprak zijn collega's in het parlement afgelopen donderdag toe en drukte nogmaals zijn bezorgdheid uit over de mensenrechten in China.
Bespreking tijdens plenaire zitting van 12 juni 2009.
Bruno Tuybens (sp.a+Vl.Pro): "Mijnheer de voorzitter, mijnheer de staatssecretaris, collega's, op 31 juli 2001 werd Beijing door het Olympisch Comité gekozen als gastland voor de Olympische Spelen van 2008. Dat gebeurde ten nadele van Istanbul, Parijs, Osaka enToronto.
Sindsdien werden de internationale gemeenschap in het algemeen en de Olympische beweging in het bijzonder door de Chinese autoriteiten geflikt.
Bij de toekenning van de Olympische Spelen aan China legden de Chinese autoriteiten immers zelf een band met de rechten van de mens door te stellen dat de Olympische Spelen ook zouden bijdragen tot een algemene verbetering van de sociale omstandigheden, inclusief onderwijs, gezondheidszorg en mensenrechten.
Ondertussen hebben wij, samen met de internationale gemeenschap, de voorbije bijna zeven jaar kunnen vaststellen dat op sommige aspecten inderdaad vooruitgang werd geboekt, maar dat voor de overgrote meerderheid het tegendeel waarheid is geworden.
Een rapport van het Internationaal Olympisch Comité somde formeel een aantal voorwaarden op dat China tegen de start van de Olympische Spelen moest zien op te lossen. In het rapport werden onder andere de persvrijheid en milieuzorg opgenomen.
Sindsdien wordt een zekere flexibiliteit inzake persvrijheid aan de dag gelegd, zolang ze echter conform de Chinese wet is. Een rapport van Human Rights Watch nuanceert deze flexibiliteit. Wanneer journalisten over gevoelige, Chinese onderwerpen willen rapporteren, zoals de discriminatie van minderheden, de hiv/aids-epidemie, de sociale spanningen en de lamentabele arbeidsomstandigheden, worden zij dikwijls geboycot. Zij worden bedreigd en aangehouden, vaak door agenten in burger. Voor aan internationale persbureaus verbonden Chinese assistenten, vertalers en onderzoekers is de toestand zelfs nog erger. Hun activiteiten worden door de staatsveiligheid van nabij opgevolgd. Dissidenten worden vaak opgesloten of onder huisarrest geplaatst. Reporters Zonder Grenzen rapporteert dat de Chinese overheid meer journalisten gevangenzet dat eender welk land wereldwijd. Een schatting van enkele maanden geleden zegt dat de Chinese overheid sinds april 2007 meer dan 18.000 individuele blogs en websites heeft geblokkeerd.
Persvrijheid beloven en in de wet inschrijven heeft weinig zin, indien de naleving ervan niet kan worden afgedwongen.
Vandaag was er nog maar eens een incident. Er werd al naar verwezen: Tom Van de Weghe, VRT-journalist, werd in Sichuan door de Chinese politie opgepakt. Hij werd twee uur lang van zijn vrijheid beroofd. Voor een journalist is dat eigenlijk nog erger.
Formele maatstaven in verband met de mensenrechten werden in de voorwaarden voor de organisatie van de Olympische Spelen jammer genoeg achterwege gelaten.
Wanneer wij naar de geschiedenis van China kijken, merken wij dat feitelijke discriminatie van bepaalde bevolkingsgroepen heel nadrukkelijk aanwezig is. De bloedige onderdrukking van de opstand op het Tienanmenplein ligt in dat verband nog vers in het geheugen. Mocht Tienanmen in ons eigen land zijn gebeurd, zouden wij er misschien allen bij zijn geweest. Het is bijgevolg verrassend dat de mensenrechten niet in de voorwaarden voor de organisatie van de Olympische Spelen werden opgenomen.
Recente en minder recente optredens van de Chinese overheid wijzen vaak in de richting van een beleid van censuur en repressie. Bovendien heeft het land een weinig benijdenswaardige reputatie op het vlak van doodstraf en foltering.
Of er nu formele of niet-formele voorwaarden werden bedongen, of de Chinese autoriteiten al dan niet zelf de mensenrechten hebben aangewend om de organisatie binnen te halen, de internationale gemeenschap is door de Chinese autoriteiten in Beijing geflikt. Ook de Olympische beweging zelf is als het ware in haar blootje gezet. Immers, de vrijwaring van de waardigheid van elk individu is de fundamentele vereiste van het Olympisme, is de allereerste van de ruim 20 waarden uit de Ethische Code, die werden goedgekeurd door het directiecomité van het IOC op 26 april 2007.
In artikel 2 van het Olympisch Charter staat dat het Olympische gedachtegoed een levensfilosofie is, die respect uitdraagt voor de universele ethische principes, waarbij bovendien de nadruk wordt gelegd op het behoud van de menselijke waardigheid en waarden zoals vriendschap, solidariteit en fair play. In datzelfde charter wordt bevestigd dat de rol en de missie van het IOC erin bestaat om ethische principes in de sport te stimuleren en zich uit te spreken voor fair play en tegen geweld.
In 2001 verklaarde IOC-voorzitter Jacques Rogge zelf dat het IOC ervan overtuigd was dat de Olympische Spelen een positieve invloed op China zouden hebben, in het bijzonder inzake de mensenrechten. In 2004 herhaalde hij dat het IOC moet blijven vechten voor de waarden en de naleving van de mensenrechten.
Als wij alleen kijken naar welke schendingen van mensenrechten rechtstreeks met de Olympische Spelen zelf te maken hebben, blijft een hallucinant eindbeeld op onze net- of trommelvliezen kleven. Het Internationaal Centrum voor Huisvestingsrechten en Uitzettingen rapporteerde in december 2007 dat reeds meer dan 1,2 miljoen mensen uit hun huizen werden verwijderd omwille van infrastructurele aanpassingen voor de Olympische Spelen. De organisatie schat ook dat elke maand 15.000 mensen uit Beijing worden gezet, vaak uit arme buurten, op een brute en arbitraire manier, zonder compensatie.
Een ander schrijnend voorbeeld is dat van de migrantenarbeiders in de bouwsector. Het rapport "One year of my blood" van Human Rights Watch klaagt de betreurenswaardige toestand van deze arbeiders aan. Zij werken in gevaarlijke omstandigheden. Vaak moeten zij wachten tot het einde van het jaar om te worden betaald, als ze al worden betaald. Ze kunnen niet reageren omdat ze geen contract hebben, laat staan dat ze een officieel adres in Beijing hebben om hun rechten te kunnen vrijwaren. De overgrote meerderheid komt niet in aanmerking voor een stedelijke ziekenfondsregeling en kan zich geen particuliere ziektekostenverzekering veroorloven.
In tegenstelling tot andere stedelingen hebben miljoenen kinderen van de migranten nauwelijks toegang tot het openbaar onderwijs. Naar schatting 20 miljoen kinderen van migranten kunnen niet samen met hun ouders in de stad wonen, deels omdat ze daar geen onderwijs kunnen volgen.
De Chinese regering heeft publiekelijk de hopeloze toestand van de migrantenarbeiders erkend en is bereid maatregelen te nemen, maar dwingt ze in de praktijk niet af. Ze moet het bestaande arbeidsrecht afdwingen, evenals het nieuwe arbeidscontractenrecht, dat in werking is getreden op 1 januari 2008.
Minimumstandaarden voor de veiligheid van de arbeiders zijn noodzakelijk, onafhankelijke vakbonden moeten worden toegestaan enzovoort.
De Chinese overheid heeft ook toegegeven dat de voorbije drie jaar zes arbeiders zijn omgekomen op de Olympische sites zelf. Dat is waarschijnlijk het topje van de ijsberg zelf. Waarom kunnen de werkzaamheden op de Olympische sites niet beter worden gecontroleerd? Wat doet de Chinese overheid om de naleving van de arbeidswetten te garanderen?
In een land met 1,3 miljard inwoners is het niet evident alles te controleren, maar als de staatsveiligheid erin slaagt om afvalligen van het regime nauwlettend in het oog te houden, waarom is het dan zo moeilijk om ervoor te zorgen dat arbeidsvoorwaarden worden nageleefd?
Vermits in het charter van de Olympische Spelen uitdrukkelijk staat dat het uitdragen van bepaalde waarden van fundamenteel belang is en die bepalend zijn voor het karakter van de Spelen, is het niet ongewoon dat verschillende nationale en internationale instanties wachten op een signaal tegen flagrante schendingen van de mensenrechten.
Zolang het IOC dat signaal niet geeft, geeft het impliciet toe dat het geflikt is, dat de Chinese autoriteiten het comité om de tuin hebben geleid. Er is geen vaststelling van een verbetering van de situatie van de mensenrechten.
Wanneer we heel kort even dieper ingaan op de situatie van de mensenrechten in China, hebben veel collega's het al gehad over Tibet. Ik zal dat zelf niet doen. De recente gebeurtenissen in Tibet vormen wellicht de eerste aanleiding voor het voorstel van resolutie. Wij hebben echter steeds uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor de bredere problematiek van de schendingen van de mensenrechten. Ik baseer me trouwens niet op de mediaberichtgeving, maar op rapporten die ik de voorbije maanden in detail heb doorgenomen. Het zijn rapporten van Human Rights Watch, Amnesty International, Reporters zonder Grenzen, die sterk methodologisch onderbouwd zijn en zowel negatieve als positieve evoluties aanhalen, die pas na grondig onderzoek worden gepubliceerd en dit voor alle landen.
Hun conclusies zijn zeer gelijklopend. Het is tijd om aan de alarmbel te trekken. Verschillende publicaties maken gewag van een achteruitgang van de mensenrechten in plaats van een beloofde vooruitgang.
De discriminatie van minderheden blijft een schrijnend probleem in China. Onder andere de Tibetanen, alsook de Oeigoeren, de Mongolen en de Noord-Koreanen zijn daarvan het slachtoffer. Zij worden allemaal ernstig beperkt in hun vrijheid van godsdienst, meningsuiting en vereniging. Zij worden ook gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. Steeds meer Han-Chinezen worden naar regio's als Tibet en Xinjiang gestuurd, om het bevolkingsevenwicht in het voordeel van de Chinezen te doen kantelen.
In juni vorig jaar namen de autoriteiten in Xinjiang paspoorten van Oeigoerse moslims in beslag om te voorkomen dat zij een bedevaart die niet was goedgekeurd door de staat, konden ondernemen naar Mekka. Verschillende tienduizenden Noord-Koreanen zouden zijn ondergedoken in China. Per week worden diverse honderden Noord-Koreanen gearresteerd en uitgezet, zonder dat ooit gevallen worden voorgelegd aan het commissariaat voor de vluchtelingen. Er zouden ook beloningen uitgeloofd worden voor eenieder die Noord-Koreanen aangeeft enzovoort. Ook andere bevolkingsgroepen, zoals Noord-Koreanen in de provincie Jilin in het noordoosten van China, wier kinderen niet naar school kunnen, omdat vader of moeder niet geregistreerd is, zouden zijn ondergedoken.
De structurele discriminatie van minderheden is een bijzonder aandachtspunt inzake de rechten van de mens in China en zou door de internationale gemeenschap krachtiger mogen worden veroordeeld.
Bovendien treedt de Chinese regering stelselmatig harder op tegen advocaten en activisten die zich inzetten voor het recht op huisvesting. Talloze mensenrechtenactivisten worden gedurende lange tijd willekeurig en zonder aanklacht gedetineerd, lastiggevallen enzovoort. De regering treedt ook steeds harder op tegen journalisten - dat bleek ook nog vandaag -, schrijvers en internetgebruikers.
Een grote bevolkingsgroep die bijzondere aandacht vraagt en verdient, zijn de vrouwen. De economische en sociale achterstand van vrouwen en meisjes komt tot uiting op de arbeidsmarkt, in de gezondheidszorg en in het onderwijs. Noodlijdende staatsbedrijven ontslaan meer vrouwen dan mannen. 60% van de plattelandsarbeiders zijn vrouwen. Vrouwen kwamen minder gemakkelijk aan werk in niet-agrarische sectoren. Door het ontbreken van een specifiek beleid tegen hiv-aids neemt het aantal besmette vrouwen wezenlijk toe.
De geloofsbelijdenis wordt strak aan banden gelegd, als ze buiten de voorgeschreven kanalen gebeurt. Duizenden leden van de protestantse huiskerken en niet-officiële katholieke kerken worden gedetineerd. Velen worden tijdens de hechtenis mishandeld en gemarteld. Leden van de spirituele beweging Falun Gong worden wegens hun geloofsovertuigingen geïnterneerd. Zij lopen een groot gevaar te worden gemarteld of mishandeld.
Heropvoeding door arbeid, u kent dat, een systeem van administratieve detentie om mensen zonder aanklacht of proces vast te houden, heeft geleid tot het vasthouden van honderdduizenden mensen die het gevaar lopen gemarteld of mishandeld te worden. Marteling en mishandeling komen op grote schaal voor. Veelgehanteerde martelpraktijken zijn slaan, schoppen, stroomstoten, ophangen aan armen, ketenen in pijnlijke posities, brandende sigaretten uitdrukken op de huid, ontzegging van slaap en voedsel enzovoort.
Ten slotte, de doodstraf wordt nog steeds op grote schaal toegepast. Volgens openbare verslagen waarover Amnesty beschikt zouden in 2006 ten minste 1010 mensen geëxecuteerd en 2790 ter dood veroordeeld zijn. In 2007, dat hebt u daarnet van collega Baeselen gehoord, werden bijna 2000 mensen geëxecuteerd. Executies worden steeds vaker voltrokken door middel van een dodelijke injectie waardoor het makkelijker wordt om organen te ontnemen van geëxecuteerde gevangenen, een lucratieve activiteit. Mijnheer de voorzitter, collega's, de mensenrechtensituatie in China mag als desastreus worden omschreven.
Er zijn een aantal lichtpuntjes. China mag zich erop beroepen dat de economische openheid van het land onder meer gezorgd heeft voor meer welvaart voor een belangrijk deel van de Chinese bevolking. Essentieel is echter dat deze bevolking niet langer verstoten blijft van de uitoefening van de rechten van de mens.
Dat is het belangrijkste signaal dat wij aan de Chinese autoriteiten moeten geven: wij hebben niets tegen het land, wij hebben niets tegen de Chinese autoriteiten, wij hebben iets voor de rechten van de mens, wij hebben iets voor de mensen en de mensenrechten. De mensenrechten zijn ondeelbaar en aldus allemaal even belangrijk, of het nu gaat over de burger- of politieke rechten of over de sociaaleconomische en culturele rechten. Mensenrechten zijn onvervreemdbaar en aldus kunnen ze niet worden verdiend wegens goed gedrag of afgenomen worden wegens slecht gedrag. De mensenrechten zijn ook universeel, ze gelden dus in alle landen in alle omstandigheden.
Er zijn dus in hoofde van de autoriteiten van de Volksrepubliek China geen excuses om de mensenrechten niet te respecteren. De Chinese ambassadrice, mevrouw Zhang, heeft in dit Parlement gevraagd om mild te zijn vanwege de evolutie die de Chinese republiek doormaakt. Welnu, mijns inziens maakt dit geen indruk. China moet hierover herhaaldelijk worden aangesproken zoals elk ander land dat de mensenrechten met de voeten treedt.
Voordat China verkozen werd in de nieuwe VN-mensenrechtenraad deed het wel een aantal toezeggingen. China is partij van verschillende internationale verdragen, waaronder het Internationaal Verdrag inzake Sociaaleconomische en Culturele Rechten, het Internationaal Verdrag tegen Foltering en andere Wrede, Onmenselijke of Onterende Behandeling of Bestraffing, de Internationale Verdragen inzake de Uitroeiing van Alle Vormen van Discriminatie en het Optioneel Protocol inzake de Status van Vluchtelingen.
China heeft meer verdragen goedgekeurd dan de Verenigde Staten van Amerika. Er is echter een wereld van verschil tussen het goedkeuren en het naleven van de verdragen. Betekent dat alles nu dat de Olympische Spelen moeten geboycot worden? Het antwoord is allerminst. De sporters hebben sterk toegeleefd naar het hoogtepunt in hun loopbaan en verdienen bovendien met rust te worden gelaten, zodat ze in een sereen klimaat hun prestatie kunnen neerzetten. Aangezien de internationale gemeenschap geflikt is, kan de organisatie van de Olympische Spelen in Bejing echter niet zonder een signaal vanwege de gemeenschap worden georganiseerd. Omwille van ons aller respect voor de sporters blijft enkel wegblijven van officiële vertegenwoordigers van landen het enige mogelijke signaal dat ons land, ons Parlement, kan geven.
De sp.a-fractie is van oordeel dat ons land om die redenen niet officieel vertegenwoordigd mag zijn op de openingsceremonie. In mijn voorstel van amendement laat ik - ik meen zeer verantwoordelijk en vriendelijk - de deur open voor een consensushouding in de Europese Unie. Zolang er echter geen eensgezind standpunt is, lijkt mij de aanwezigheid van een officiële gezagsdrager, of het nu de vorst, de kroonprins, een ander lid van de koninklijke familie of een officiële vertegenwoordiger van de regering of het Parlement is, ongepast, gezien de mensenrechtensituatie in China met zijn 1,3 miljard inwoners. Dat lijkt mij zeer duidelijk. Ik steun ten andere dan ook de oproep die collega Muylle en senator de Bethune in die zin hebben geformuleerd.
Mijn verbazing was even groot als die van beide dames en diverse anderen dat onze minister van Buitenlandse Zaken kwam aandraven met de suggestie een lid van de koninklijke familie ons land te laten vertegenwoordigen tijdens de openingsplechtigheid. Ik hoop dan ook dat de partijen vandaag geen stellingenoorlog voeren en het gevecht tussen meerderheid en oppositie laten varen om het verantwoord amendement, het consensusvoorstel van amendement, mee goed te keuren. Ere wie ere toekomt, het is een suggestie van collega Muylle.
Bovendien vraag ik een kleine toevoeging aan de tekst met betrekking tot de omstandigheden waarin de migrantenarbeiders moeten leven. Het amendement ter zake werd niet goedgekeurd door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen. Ik meen echter dat ik ondertussen volledig heb kunnen uiteenzetten waarom het een belangrijk aspect is. De arbeidsomstandigheden van de migrantenarbeiders zijn het voorwerp geweest van een bijkomende, speciale studie van Human Rights Watch. Die arbeidsomstandigheden onder meer naar aanleiding van de bouw van de Olympische infrastructuur vergen toch onze aandacht. Vandaar dat ik er zeer sterk toe wil oproepen om het amendement te steunen. Het is een toevoeging van drie woordjes. Ik kan mij dus niet inbeelden dat dat een groot probleem kan zijn.
Ten slotte, voorzitter, collega's, kan ik u zeggen dat onze fractie, mits aanvaarding van de twee amendementen, de voorgelegde resolutie kan ondersteunen. Wij hopen dan ook op een kamerbrede aanvaarding. Ik wens ook alle collega's die aan het ontwerp van resolutie hebben meegewerkt, uitdrukkelijk te bedanken voor hun inzet en visie."
|