|
Acht nieuwe wetsvoorstellen rond maatschappelijk verantwoord ondernemen.
2 juli 2008. Ondernemingen hebben de afgelopen twee decennia een steeds grotere maatschappelijke impact verworven. Door een geslaagd politiek project van conflictbeheersing en streven naar vrijheid heeft het bedrijfsleven gigantische kansen gekregen , kansen op een grotere wereldwijde afzetmarkt, op lagere productiekosten via outsourcing, enz. De globalisering maakt van bedrijven machtige spelers, en niet alleen op het economische veld.
Geen slecht nieuws voor overheden zou je zeggen: sterke ondernemingen brengen geld in de staatskas, stellen mensen te werk, zorgen zo voor meer welvaart. Politieke overheden willen dus kost wat kost bedrijven aantrekken. Dit alles versterkt nog meer de machtspositie van de bedrijven, met de afkalving van gedegen politieke beleidsvoering tot gevolg. Daarom wordt er wereldwijd aan de alarmbel getrokken. Wie objectief het verschil in snelheid bekijkt tussen de evolutie van het overheidsbudget van de geïndustrialiseerde landen en de jaarlijkse groei van grote ondernemingen, kan niet langer accepteren dat de kosten van maatschappelijke problemen onevenredig op de gezinnen en de overheid afgewenteld worden. Ondernemingen hebben een ‘globalisation of opportunities' gekend. Nu is het tijd dat de politiek het bedrijfsleven confronteert met een ‘globalisation of responsabilities'.
Vele bedrijfsleiders zijn van oordeel dat maximale winstcreatie op korte termijn voor de aandeelhouder de enige legitieme doelstelling van ondernemen kan zijn. In deze visie zijn de evolutie van de koers van het aandeel, de kwartaalresultaten en het jaarlijkse dividend de enige criteria waarop de prestaties van de onderneming afgerekend worden. Het langetermijndenken is al te vaak resoluut naar het achterplan verschoven.
Het bedrijfsleven pleit er traditioneel voor om zelf te mogen beslissen wat ze van maatschappelijke verantwoordelijkheden zal invullen. De roep naar zelfregulering zorgt er evenwel voor dat vrijwilligheid de bovenhand neemt, de keuze beperkt blijft of enkel lucratieve aspecten opzoekt. Al te veel leidt vrijwilligheid tot vrijblijvendheid. Bedrijven stellen zich vaak al tevreden met intentieverklaringen en inspanningsverbintenissen. Waar de bedrijfswereld in gebreke blijft moet de overheid haar rol spelen. Zij kan sturend en, waar nodig, regelgevend optreden, zodat bedrijven geholpen en aangepord worden, en indien nodig zelfs gedwongen om deze verantwoordelijkheden mee op te nemen en daar gepaste acties aan te koppelen.
Twee wetsvoorstellen zijn gericht op de private ondernemingen:
- 1. Versterking van de rol van stakeholders in de algemene vergadering van naamloze venootschappen; vertegenwoordigers van belangenverenigingen hebben een raadgevende stem.
De voorbije vijf à tien jaar is het jaarrapport van een onderneming geëvolueerd van een louter financieel naar een meer allesomvattend jaarrapport. Verschillende bedrijven incorporeren cijfermateriaal over de milieu-impact, sociale ontwikkelingen e.d. in hun rapport.
De huidige wetgeving bepaalt dat enkel aandeelhouders uitgenodigd worden tot de algemene vergadering van het bedrijf. Anderzijds wordt de bedrijfssector het er steeds meer over eens dat ‘stakeholders' (consumentenorganisaties, vakbonden en milieuverenigingen) belangrijke bijdragen leveren aan het bedrijfsproces of relevante belanghebbenden zijn. Ook al worden die theoretisch mede vertegenwoordigd door onafhankelijken binnen de raden van bestuur, op een ‘hoogmis' als de algemene vergadering moeten die stemmen gehoord worden en een correct forum worden aangeboden. Vertegenwoordigers van die stakeholders moeten spreekrecht krijgen. Nu moeten die stakeholders die gehoord willen worden één aandeel kopen om uitgenodigd te worden. Flauw. De raad van bestuur van het bedrijf moet een lijst kunnen maken van de relevante belanghebbenden, en die uitnodigen om de stem van de consument, het personeel of de milieubeweging te vertolken.
- 2. De openbaarmaking van de bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen: de rechtstreekse en onrechtstreekse bezoldigingen, alsook de tantièmes van elk van de leden afzonderlijk van de organen die belast zijn met het bestuur en het dagelijks bestuur en het directiecomité en van alle personen die, onder welke benaming of in welke hoedanigheid ook, deelnemen aan het bestuur of het beleid; de fiscale behandeling met inbegrip van het statuut van de betrokkenen, de hoogte van hun individuele variabele verloning, de motivering voor de toekenning daarvan op basis van concrete en kwantificeerbare criteria
Managers geven vaak zelf aan dat hun nagenoeg exclusieve focus op de kortetermijn financiële resultaten er mee de oorzaak van is dat ze niet of nauwelijks oog hebben voor maatschappelijke aangelegenheden.
Dat vraagt om een ingrijpen in de verloningsstructuur. Die verloning moet op zijn minst maatschappelijk aanvaardbaar zijn. Concreet bepleit dit wetsvoorstel een volledige en gedetailleerde transparantie, ondermeer via publicatie in het jaarverslag. Het is al gebleken dat vrijwillige codes en zelfregulering niet afdoende zijn om meer transparantie te bewerkstelligen.
België moet daarom het voorbeeld van Duitsland volgen, dat eerder ook de publicatie van de vertoning van individuele topmanagers wettelijk verplicht maakte, nadat gebleken was dat charters op basis van vrijwilligheid bedrijven niet voldoende konden bewegen tot de aanbevolen openheid.
Bovendien gebeurt deze informatieverplichting rond de financiële rekeningen onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de CEO en de CFO van de onderneming. In de Verenigde Staten bestaan beide verplichtingen al enkele jaren.
Als de bedrijfsdirectie het ernstig meent met een gezonde sociale dialoog in de onderneming, dan moet ze ervoor zorgen dat de partner aan de onderhandelingstafel vanuit een vergelijkbare basisinformatie kan vertrekken. Dit is onontbeerlijk voor het wederzijdse vertrouwen en respect tussen beide partners, sleutels van een succesvolle sociale dialoog. Vandaar dat aan de vooravond van sociale onderhandelingen met een vermindering van de personeelsbezetting op de agenda. de nood aan transparantie hoog is.
Overheidsbedrijven bezetten een ideale positie om een voorbeeldfunctie in te nemen inzake deugdelijk bestuur. Zij krijgen de kans om aan te tonen dat een efficiënte bedrijfswerking en maatschappelijk verantwoord ondernemen hand in hand gaan.
Zes wetsvoorstellen hebben betrekking op de federale overheidsbedrijven. Het zijn telkens wetsvoorstellen tot wijziging van de wet van 21 maart 1991.
De eerste twee zijn gelijkaardig aan de wetsvoorstellen met betrekking tot de beursgenoteerde, private bedrijven : ze gaan over de transparantie van de bezoldiging van het management en het spreekrecht in de algemene vergadering.
De overige vier behandelen het variabel gedeelte van de verloning en de beperking van de ontslagvergoeding voor de leden van het directiecomité en de samenstelling van de raad van bestuur en de bezoldiging van de leden ervan.
- 1. Transparantie van de verloningspaketten van het management van autonome overheidsbedrijven: basissalaris, fiscale behandeling, individuele variabele verloning en de motivering ervoor op basis van concrete en kwantificeerbare criteria, de eventuele aandelen en opties van elke betrokkene afzonderlijk, met inbegrip van vervaldag, uitoefenprijs, optietype en het aantal aandelen waarop eenieder recht heeft, alsook alle andere extralegale voordelen. Elk lid van het paritair comité wordt hierover geïnformeerd.
Een duidelijke bekendmaking van de lonen is nodig voor een goede verstandhouding tussen werknemers en werkgevers binnen de overheidsbedrijven. Vaak wordt slechts één aspect van het loonbriefje weergegeven, en houdt men geen rekening met bonussen, aandelenopties enz. Een loon kan op zodanige verschillende manieren weergegeven worden, dat je afhankelijk van de berekeningswijze, telkens een ander resultaat verkrijgt. Een principe dat wettelijk verankerd moet worden, want het is intussen duidelijk dat codes niet volstaan om deze transparantie te bereiken.
- 2. Spreekrecht van de stakeholders tijdens de Algemene Vergadering
Op de algemene vergadering van elk autonoom overheidsbedrijf wordt spreekrecht verleend aan de leden van het paritair comité en van het gebruikercomité, de bevoegde ombudsman alsmede aan vertegenwoordigers van elke niet in het gebruikerscomité vertegenwoordigde belangenvereniging die door de bevoegde ombudsman als actief in de sector van het betrokken overheidsbedrijf is erkend. De ombudsman stelt een reglement op aangaande het bekomen van de erkenning. In de statuten van het bedrijf wordt het spreekrecht van de in deze bepaling aangeduide personen geregeld op een wijze die niet beperkter is dan het spreekrecht van een aandeelhouder.
- 3. Evenwichtige en duurzame loonpakketten van het management van autonome overheidsbedrijven
Dit wetsvoorstel grijpt in op twee gebieden: de koppeling van de verloning van het topmanagement aan kwalitatieve, niet financiële criteria en de goedkeuring van aandelenoptieplannen door de Algemene Vergadering bij autonome overheidsbedrijven.
Het wordt tijd dat de top van de overheidsbedrijven zich niet enkel laten leiden door winstcreatie. De evolutie van de winst, de koers van het aandeel of het jaarlijkse dividend mogen niet de enige criteria zijn waarop de prestaties van bedrijfsleiders afgetoetst worden. Zo hebben werknemers recht op werk, op kansen voor vorming en ontwikkeling, op een veilige arbeidsomgeving, op een personeelsbeleid dat oog heeft voor de werkdruk, op een goede beloning, en op ernstig sociaal overleg. Zo ook heeft het leefmilieu recht op inspanningen door bedrijven om afval te beperken en te recycleren, en om energie en water te besparen, en op investeringen om de CO2-uitstoot te verminderen. Zo hebben de gebruikers recht op een stipte en kwaliteitsvolle dienstverlening tegen een betaalbare prijs.
- 4. Beperking ontslagvergoeding van managers van autonome overheidsbedrijven: mag niet meer dan één jaarsalaris bedragen.
Een wettelijke plafonnering is nodig, want riante ontslagvergoedingen hebben geen enkele positieve invloed op de productiviteit van een overheidsbedrijf. Ontslagvergoedingen van bestuurders mogen samen niet meer dan één jaarsalaris bedragen. Een billijke som dus, maar geen gouden parachute.
- 5. Samenstelling raad van bestuur overheidsbedrijven
De onafhankelijke leden van Raden van Bestuur worden te vaak opgevist uit een poel met dezelfde tientallen mannen. De Lippensen en Davignons van deze wereld, zeg maar. Het is van belang dat er een grotere diversiteit komt binnen zo'n Raad van Bestuur, om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de belangen van álle stakeholders, zoals de personeelsleden, de klanten, enz..
Overheidsbedrijven horen een voortrekkersrol te spelen op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Tijdens mijn periode als Staatssecretaris nam ik (na zes maand armworstelen met Didier Reynders) de beslissing om twee bestuurders van de FPIM (Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) voor te behouden voor echte onafhankelijke bestuurders. Deze moesten aan tal van voorwaarden voldoen, en werden gekozen door een onafhankelijke jury op basis van een aantal in de wet vooropgestelde criteria. Deze onafhankelijken blijken nu de meest innovatieve en performante bestuurders te zijn. Dit idee wil hij nu doortrekken naar de andere overheidsbedrijven.
- 6. Vergoeding bestuurders autonome overheidsbedrijven: De raad van bestuur moet onafhankelijk zijn. De bezoldiging van de bestuurders mag niet afhangen van/mag niet gekoppeld worden aan de winst van de onderneming of de koers van het aandeel.
Winstcreatie kan en mag niet de enige legitieme doelstelling zijn van een overheidsbedrijf. De stiptheid en kwaliteit van de dienstverlening, de tewerkstelling, de vermindering van de milieu-impact, de consumententevredenheid zijn maar enkele van de andere noodzakelijke ambities van een overheidsbedrijf.
Bestuurders van overheidsbedrijven spelen een cruciale rol in het uittekenen van de koers van een onderneming. Dat is geen makkelijke opdracht. De Raad van Bestuur moet een evenwicht zien te vinden tussen de rol van coach voor de strategische en operationele ontwikkeling aan de ene kant, en deze van toezichthouder van het management aan de andere. Als bestuurders niet de juiste vragen stellen, krijgt een management dat zich ongepast wil gedragen vrij spel en kan het bedrijf een richting uitgestuurd worden die nefast is op langere termijn. De bezoldiging van de bestuurders koppelen aan de winst van de onderneming of de evolutie van de koers van het aandeel kan de onafhankelijkheid van de Raad van Bestuur in het gedrang brengen, en kan zelfs een katalysator zijn voor een besluitvorming die niet in het belang van een duurzame groei van de onderneming en dus van alle belanghebbende partijen is.
|