sterker bestuur voor overheidsbedrijven Afdrukken E-mail
22/05/2008

trein_spa.jpg 

Besturen van overheidsbedrijven moeten vooral sterker worden

De overheid is als enige of als voornaamste aandeelhouder sterk vertegenwoordigd in de Raden van Bestuur van alle overheidsbedrijven. Van de bestuurders die zij aanstelt, verwacht ze dat de belangen en de doelstellingen van de staat correct behartigd worden. Zij moeten erop toekijken dat het beleid van het bedrijf strookt met de wensen en belangen van alle ‘stakeholders', namelijk de overheid zelf, de consumenten, het personeel en andere relevante belanghebbenden. Vaak moeten bestuurders knopen doorhakken wanneer deze wensen en belangen niet overeenkomen met die van de uitvoerende bestuurders, de CEO en het directiecomité van het bedrijf. Om de kwaliteit van de besluitvorming optimaal te voorzien, is het essentieel dat een raad van bestuur zo divers mogelijk is samengesteld, niet alleen in termen van politieke achtergrond (je kan niet ontkennen dat vertegenwoordigers van de overheid een politieke visie en voorkeur hebben - dat betekent nog niet dat ze de belangen van hun partij moeten vooropzetten), maar ook in expertise en achtergrond, geslacht, leeftijd, enz. Ook nodig -dit wordt echter vaak vergeten- is een mix in de verhouding tussen ‘wijsheid' en ‘beschikbare tijd'.

In een overheidsbedrijf wordt de samenstelling van de raad van bestuur voor minstens vier tot zes jaar vastgelegd, zodat een voogdijminister ten volle zijn of haar rol kan spelen wanneer een einddatum nadert. Als Staatssecretaris heb ik tussen oktober 2005 en december 2007 slechts een rol kunnen spelen in de bestuursraden van Belgacom en bij de fusie van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM), een minder bekende maar in de toekomst belangrijke vennootschap.

Bij Belgacom heb ik de kans gezien om, binnen de groep van vijf nieuwe mandaten, er drie te laten invullen door een vrouw, meestal bedrijfsleiders zonder noemenswaardige politieke afhankelijkheid. Zonder al te veel applaus op de politieke banken. Ook werd het aantal bestuurders teruggebracht van 18 naar 16 leden.

Na zes maanden koppig armworstelen met collega-voogdijminister Didier Reynders, heb ik voor FPIM van de ministerraad de kans gekregen om verder te gaan in de strijd om meer diversiteit. Eerst verminderden we het aantal bestuursmandaten van 18 naar 12. Daarna lieten we in de wet inschrijven dat twee van hen werkelijke onafhankelijke bestuurders zouden worden, ook al is FPIM een 100% overheidsbedrijf. De regering duidde tien bestuurders aan, met inbegrip van vertegenwoordigers van toenmalige oppositiepartijen. De twee onafhankelijken werden niet opgevist door de gebruikelijke consultants uit de vijver van de Lippensen van deze wereld. Ze werden enkel via JobAt en Vacature aangezocht en geselecteerd door een vierkoppige jury op basis van louter in de wet voorziene selectiecriteria.

Om de onafhankelijkheid te waarborgen mochten kandidaten gedurende een tijdvak van zes jaar geen mandaat hebben uitgeoefend voor een overheidsbedrijf of een bovengemeentelijke instantie, of er partner of rechtstreeks familielid van zijn. Bovendien was er voor de kandidaten een maximumgrens aan aantal opgenomen mandaten in andere vennootschappen.

Er waren een honderdtal kandidaten. De jury, bestaande uit een academicus en topmensen van CBFA en de Bankcommissie, selecteerden objectief de meest geschikte kandidaten. De twee illustere onbekenden die uit de selectie gekomen zijn, worden nu nog steeds door menig waarnemer beschouwd als behorend tot de meest bekwame en actieve bestuurders van de vennootschap.

Idealiter, meen ik, voorziet de overheid in elke raad van bestuur van een overheidsbedrijf 1/3de deel van de te begeven bestuursmandaten voor werkelijke onafhankelijke bestuurders. Maximale diversiteit in de samenstelling zorgt er voor dat alle belanghebbenden vertegenwoordigd zijn en aldus waarschijnlijk ook voor beter bestuurswerk. Bovendien biedt de begrenzing in aantal reeds ingenomen mandaten meer kans dat het mandaat in het overheidsbedrijf met zorg en beschikbare tijd wordt ingevuld.

Ik hoop met wetsvoorstellen in die zin in de loop van deze week voldoende steun te vinden om raden van besturen meer divers te kunnen samenstellen, zodat ze sterker de rol die hen wordt toebedeeld, zouden kunnen invullen.


Bruno Tuybens

 
< Vorige   Volgende >
 Focus  

Balans incident-Coene


 02.05.2012

We blijven het op veel vlakken met z'n allen eens: lekken uit een besloten zitting van het parlement kan niet. Indien ik aan deze zitting had deelgenomen, moest de pers mij alvast niet naar een bevestiging van het lek vragen. Deze dunne koord is niet aan mij besteed, aan anderen wel blijkbaar. Dat heb ik als eerste duidelijk gemaakt in de Kamer, met instemming van alle partijen.
Dat gouverneur Coene afgelopen maandag zo nodig een persontmoeting diende te organiseren om de puntjes op de i te plaatsen, is zijn recht. Zelfs tijdens de beursopening; de notering van Dexia Holding staat vandaag zo laag - als de aandelenkoers met twee eurocent beweegt, stijgt of daalt de notering met ruim 11% ... - dat het mogelijke effect verwaarloosbaar zou zijn geweest.
Er werd de heer Coene gevraagd of hij het parlement misbruikt heeft (schrijvende pers, koester de nuance, ik heb alvast enkel het woord ‘gebruikt' uitgesproken, niet ‘misbruikt'. En neen, ik vit niet, er is wel degelijk een verschil.) en daar antwoordde hij ‘geenszins' op. Het woord ‘hoogdringendheid' zou hij in de commissie niet in de mond hebben genomen, maar anderzijds vindt de gouverneur dat een kapitaalverhoging onafwendbaar is en liever vroeger dan later. Is hier ook een nuance te koesteren?
De bevolking heeft recht op de stand van zaken in dit dossier. Transparantie neemt onrust weg als je kortetermijneffecten minder laat wegen. We dragen met z'n allen Dexia Holding nog minstens een halve generatie mee, en hopelijk komt er terug rust in de markt om de eindfactuur niet te fel te laten oplopen.
Ik heb alvast niet de intentie gehad in de uitoefening van mijn controletaak als parlementslid de heer Coene te ‘gebruiken' of ‘misbruiken'. Iedereen dient zich naar mijn oordeel best aan zijn of haar rol en functie te houden, het is al ingewikkeld genoeg. Een gouverneur van de Nationale Bank dient onrust weg te nemen bij bevolking en financiële markten. Zijn functie is de laatste om golven te veroorzaken en de eerste om golven te breken. Voor een ex-politicus is dit misschien moeilijk, maar niet onmogelijk om pas zichtbaarheid voor zichzelf te creëren als het echt belangrijk of hard nodig is. Vraag is of dat afgelopen maandag zo was. Alleszins is de heer Coene verstandig genoeg om niet zo naïef te zijn.
Ook dit nog: als de Financiënminister, met dit alles in het achterhoofd, in de plenaire Kamer van Volksvertegenwoordigers verklaart dat er geen aanvraag voor kapitaalverhoging is ingediend, zal dat ongetwijfeld de waarheid zijn, maar een nuance was hier toch ook op zijn plaats. ‘Aanval is de beste verdediging', moet de Minister gedacht hebben en een individueel Kamerlid werd geviseerd en genoemd. Het lijkt me beter dat de Minister deze tactiek niet langer toepast. Het doet zijn geloofwaardigheid geen goed. Hij is er ook niet goed in, hij heeft andere kwaliteiten.

 
 
Home
Biografie
Parlement
Zwalm
Regio
Ondernemingen
Mensenrechten
Staatssecretaris '05-'07
Foto's
Links
Nieuwsbrief
Contact