Obama wijst de weg Afdrukken E-mail
17/03/2009
17 maart 2009. De Amerikaanse president Barack Obama heeft aan zijn minister van Financiën Timothy Geithner gevraagd om alle mogelijke legale stappen te ondernemen om de uitbetaling van 165 miljoen USD bonussen bij de verzekeraar AIG tegen te houden.

Terechte verontwaardiging vereist daadkrachtig beleid. Dit staat in een schril contrast met opinies van de verschillende liberale partijen in dit land, die mordicus blijven bepleiten dat de overheid zich niet zou moeien met de interne keuken van het bedrijfsleven. Ooit werd ik een afgunstsocialist genoemd, een ongezonde voyeur. Nu toont de VS-president het voorbeeld, en zet hij de liberale leiders een grote neus.

Het comité van de Corporate Governance Code in ons land (voormalige code-Lippens, nu onder de leiding van ondernemer Herman Daems) is ondertussen de code hier en daar aan het verstrakken op basis van wat de zogenaamde nieuwe inzichten opleverde. Niets te laat overigens.

Maar meer dan morrelen aan de zijlijn en doen alsof er belanghebbende wijzigingen worden voorgesteld, is het niet. Het comité laat de handrem niet los. Wil het bedrijfsleven in ons land haar reputatie stilaan herwinnen, moet ze meer holistisch en ingrijpender te werk gaan. Zo zouden de optieplannen een minimale looptijd moeten kennen, om de ondernemers van top tot kader meer op lange termijn te laten redeneren. Bonussen worden best niet meer toegekend op basis van winstgroei alleen, want dat leidt tot onethische winstmaximalisatie. Er moeten meer inspanningen gedaan worden om bedrijven minder te laten vervreemden van de publieke opinie. Er moeten uitzonderingen bepaald worden op het ‘comply or explain'-motto qua transparantie, zeker aan de vooravond van inkrimpingen op het personeelsbestand.

Het probleem is dat in de samenstelling van het code-comité nauwelijks of geen kritische vertegenwoordigers van gebruikersorganisaties en het maatschappelijke middenveld of de publieke opinie zetelen. Een gemiste kans. De corporate governance code zal  aldus nooit een aureool van geloofwaardigheid toegemeten worden.

 

 
< Vorige   Volgende >
 Focus  
31.01.2012

De federale regering vond een langverwachte uitweg over de splitsing van BHV, slaagde er in een uitgebalanceerde begroting 2012 op te stellen, maar slaagt er alsnog niet in bij consensus de raad van bestuur van Dexia Bank België samen te stellen. "Omdat de regering vertrekt vanuit een bunkervisie", zegt Tuybens. "Dit is niet consequent ten aanzien van de vraag van de overheid om diversiteit te creëren in bestuursraden en wellicht heeft een loutere partijpolitieke keuze weinig draagvlak bij de bevolking." Hij pleit voor echte onafhankelijke bestuurders, à rato van één op zes.

Het is wetenschappelijk bewezen dat, hoe diverser samengesteld een groep beslissers, hoe meer kans er is dat een genomen beslissing breed gedragen wordt en langetermijnfocus heeft. Vandaar dat het goed zou zijn dat er, naast aangeduide en bekwame overheidsbestuurders, ook echt onafhankelijke bestuurders zouden komen. Het principe is al in 2006 bij de FPIM met succes uitgetest.

Opgelet: we hebben schitterende, enorm bekwame overheidsbestuurders! Maar enkel door de partijen aangeduide vertegenwoordigers zorgen niet voor die nodige diversiteit. Er zijn andere belanghebbenden zoals de klanten, het personeel, en een bedrijf heeft meer verantwoording af te leggen dan louter de aandeelhouders. De Wet van 2 augustus 2002 heeft het systeem van niet-uitvoerende, onafhankelijke bestuurders ingevoerd in het bedrijfsleven. In de Memorie van toelichting staat te lezen : "De aanwezigheid van onafhankelijke bestuurders kan ertoe bijdragen dat de resultaten die de vennootschap genereert ook in het belang van de werknemers zullen kunnen worden aangewend.". Verder ook nog "De onafhankelijke bestuurder wordt aangeduid tot de bewaker van de belangen van de onderneming, met inbegrip van haar werknemers en van de andere stakeholders".

Na zes maand armworstelen met Didier Reynders in de regering slaagde ik in 2006 als staatssecretaris voor overheidsbedrijven bij FPIM twee echte onafhankelijke bestuurders te kunnen aanduiden. Twee nobele onbekende specialisten, die op basis van advertenties in Vacature en Job-At in contact zijn gekomen met deze functies, en waarvan een jury van vier topmensen alles wist van de kandidaten qua skills en motivatie, behalve hun politieke voorkeur. De jury, bestaande uit een academicus en topmensen van CBFA en de Nationale Bank van België, selecteerde objectief en in consensus de meest geschikte kandidaten. De wet bepaalde de criteria van niet-partij-aanhorigheid (zie volledige tekst onderaan). De CEO van bpost, Johnny Thijs, zei me toen vooraf dat het me nooit zou lukken, dat ik absoluut een headhunter onder de arm diende te nemen. De commerciële belangen, het elkaars rug krabben. de headhunters zijn zoals de ratingbureaus : ik schrijf wat je wil, als je ons maar nieuwe opdrachten geeft nadien.

Bovendien schrijven deze twee onafhankelijke bestuurders hun eigen pagina's in het jaarrapport van FPIM, zonder dat iemand mee over de schouders kijkt. Een verantwoording aan de samenleving, niet uitsluitend aan de regering.

Mijn voorstel is dan ook om telkens voor elke zes bestuurders één ‘echt' onafhankelijke bestuurder te benoemen volgens de bestaande FPIM-wetgeving. Dit zal zorgen voor mensen met meer voorbereidingstijd en een breder gezichtsveld. Bovendien sluit een dergelijke samenstelling van de raad van bestuur meer aan bij de wensen en de belangen van de klanten en het personeel van de onderneming. We kunnen als overheid met meer kracht van grote private ondernemingen hetzelfde eisen, meer druk zetten op de effectieve tenuitvoerbrenging van hun eigen corporate governance principes zonder de vluchtweg van de ‘comply or explain' te moeten inslaan, hun maatschappelijke verantwoording is vandaag veel te laag ten opzichte van hun impact.

 
 
Home
Biografie
Parlement
Zwalm
Regio
Ondernemingen
Mensenrechten
Staatssecretaris '05-'07
Foto's
Links
Nieuwsbrief
Contact