 |
|
Zes maanden werken, achttien maanden uitbetaald |
|
|
|
16/06/2009 |
Na een half jaar mag de zoveelste CEO van Fortis Holding opstappen. Met een premie van 1,2 miljoen euro. "Fortis blijft maar met miljoenen voor ex-CEO's gooien. Dat is ongehoord", zegt Bruno Tuybens. Na amper zes maanden heeft de Raad van Bestuur van Fortis ‘bankier' De Boeck ontslagen als CEO van Fortis Holding. In zijn plaats komt verzekeringsspecialist Bart De Smet. De Smet is daarmee al de vijfde CEO van Fortis op één jaar tijd. De wissel zou te maken hebben met het feit dat Fortis al zijn bankactiviteiten heeft verkocht en zich voortaan op verzekeringen richt. Een beslissing die er kwam omdat Fortis financieel zwaar in de problemen zat. Iets waar alle aandeelhouders van kunnen meespreken.
Toch krijgt de De Boeck een opzegpremie van 1,2 miljoen euro. "Voor zes maanden werken wordt hij dus achttien maanden uitbetaald", zegt Bruno Tuybens. "Dat is van het goede te veel. Als een CEO maar zes maanden werkt, dan zou zijn vertrekpremie maar voor zes maanden gebaseerd mogen zijn op het loon als CEO. De overige twaalf maanden kunnen dan berekend worden op zijn vroeger inkomen in het bedrijf."
Tuybens merkt ook op dat Fortis het laatste jaar maar met miljoenen blijft gooien voor ex-CEO's. "Het begon in juli 2008 met Jean-Paul Voltron", gaat Tuybens verder. "Die kreeg een opzegvergoeding van 1,3 miljoen euro en 3,08 miljoen aan bijkomende vergoedingen. Zijn opvolger, Herman Verwilst, hield het nog geen drie maanden uit. Toch kreeg hij een opzegvergoeding van 800.000 euro en 2,9 miljoen aan bijkomende premies. En nu verdwijnt dus ook Karel De Boeck met 1,2 miljoen euro. Leg dat maar eens uit aan al die aandeelhouders die hun spaarcenten kwijt zijn", besluit Tuybens.
|
|
|
|
 |
| Focus |
|
Balans incident-Coene
02.05.2012
We blijven het op veel vlakken met z'n allen eens: lekken uit een besloten zitting van het parlement kan niet. Indien ik aan deze zitting had deelgenomen, moest de pers mij alvast niet naar een bevestiging van het lek vragen. Deze dunne koord is niet aan mij besteed, aan anderen wel blijkbaar. Dat heb ik als eerste duidelijk gemaakt in de Kamer, met instemming van alle partijen.
Dat gouverneur Coene afgelopen maandag zo nodig een persontmoeting diende te organiseren om de puntjes op de i te plaatsen, is zijn recht. Zelfs tijdens de beursopening; de notering van Dexia Holding staat vandaag zo laag - als de aandelenkoers met twee eurocent beweegt, stijgt of daalt de notering met ruim 11% ... - dat het mogelijke effect verwaarloosbaar zou zijn geweest.
Er werd de heer Coene gevraagd of hij het parlement misbruikt heeft (schrijvende pers, koester de nuance, ik heb alvast enkel het woord ‘gebruikt' uitgesproken, niet ‘misbruikt'. En neen, ik vit niet, er is wel degelijk een verschil.) en daar antwoordde hij ‘geenszins' op. Het woord ‘hoogdringendheid' zou hij in de commissie niet in de mond hebben genomen, maar anderzijds vindt de gouverneur dat een kapitaalverhoging onafwendbaar is en liever vroeger dan later. Is hier ook een nuance te koesteren?
De bevolking heeft recht op de stand van zaken in dit dossier. Transparantie neemt onrust weg als je kortetermijneffecten minder laat wegen. We dragen met z'n allen Dexia Holding nog minstens een halve generatie mee, en hopelijk komt er terug rust in de markt om de eindfactuur niet te fel te laten oplopen.
Ik heb alvast niet de intentie gehad in de uitoefening van mijn controletaak als parlementslid de heer Coene te ‘gebruiken' of ‘misbruiken'. Iedereen dient zich naar mijn oordeel best aan zijn of haar rol en functie te houden, het is al ingewikkeld genoeg. Een gouverneur van de Nationale Bank dient onrust weg te nemen bij bevolking en financiële markten. Zijn functie is de laatste om golven te veroorzaken en de eerste om golven te breken. Voor een ex-politicus is dit misschien moeilijk, maar niet onmogelijk om pas zichtbaarheid voor zichzelf te creëren als het echt belangrijk of hard nodig is. Vraag is of dat afgelopen maandag zo was. Alleszins is de heer Coene verstandig genoeg om niet zo naïef te zijn.
Ook dit nog: als de Financiënminister, met dit alles in het achterhoofd, in de plenaire Kamer van Volksvertegenwoordigers verklaart dat er geen aanvraag voor kapitaalverhoging is ingediend, zal dat ongetwijfeld de waarheid zijn, maar een nuance was hier toch ook op zijn plaats. ‘Aanval is de beste verdediging', moet de Minister gedacht hebben en een individueel Kamerlid werd geviseerd en genoemd. Het lijkt me beter dat de Minister deze tactiek niet langer toepast. Het doet zijn geloofwaardigheid geen goed. Hij is er ook niet goed in, hij heeft andere kwaliteiten.
|
|
 |
|
|
|