 |
|
Tuybens ondervraagt Reynders over Syrië |
|
|
|
17/02/2012 |
|
sp.a-Kamerlid Bruno Tuybens vroeg de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken naar zijn appreciatie van de mening van voormalig eerste minister Verhofstadt om de Syrische oppositie te bewapenen.
"Na de stad Homs, zijn er ook beschietingen in de stad Daraa. De Secretaris-Generaal van de VN, de heer Ban Ki-moon, heeft gesproken over de waarschijnlijkheid van misdaden tegen de mensheid. Sommigen in de politieke sector pleiten voor het militariseren van de oppositie, een beetje in vergelijking met Libië. Ik denk dat er een groot verschil bestaat in sterkte van het staatsleger tussen beide landen. Ik denk ook dat de oppositie in Syrië enorm verdeeld is en dat men de gevolgen van het verdelen van wapens tientallen jaren zou voelen. Bovendien heeft Al-Qaida aangeduid dat zij de opstand in Syrië steunt. Houdt ons land, op basis van de huidige situatie, effectief rekening met een scenario waarbij militair geweld zou worden ingezet? Ik heb in de pers gelezen dat u dat een voorbarige vraag noemde. Ik wil daarover graag meer uitleg. Welke steun geeft ons land aan de diplomatieke wegen die worden bewandeld, al dan niet samen met de EU en de NAVO ten aanzien van de Syrische autoriteiten, de Arabische Liga, China en Rusland die een veto hebben gesproken in de VN-Veiligheidsraad? Welke steun verleent België op humanitair vlak?", aldus Bruno Tuybens.
Minister Didier Reynders antwoordde: "Gezien het grote aantal burgerlijke slachtoffers in Syrië is het onmogelijk om verder te gaan zonder een sterkere reactie op internationaal vlak. Ik heb al in december contact gehad met de verschillende oppositiefracties. Ik heb destijds een gezamenlijk platform gevraagd. Er is een zeer positieve vooruitgang. Een gezamenlijk standpunt van de Arabische Liga is nu mogelijk. Wij moeten een oplossing vinden, als dat mogelijk is, op het diplomatieke vlak. Daarvoor is er misschien meer druk nodig op partners als Rusland en China. Als Rusland beweegt, kan het mogelijk zijn om een oplossing te vinden. Er is dus een gezamenlijk standpunt van de Europese Unie. Wat het gezamenlijke standpunt van de Arabische Liga betreft, wij moeten werken op basis van een voorstel van de Arabische Liga. Dat was het geval in de laatste dagen. Wat het humanitaire aspect betreft, ik steun het idee van humanitaire corridors, met een aanwezigheid ter plaatse, voor de bescherming van de humanitaire hulp vanuit België. Het is mogelijk om dat te doen met financiële middelen uit een trustfonds, of met andere elementen. Om verder te gaan, zeker op militair vlak - er is daarvoor een draagvlak in Europa, de Verenigde Staten en vele andere landen - moeten wij starten met diplomatieke contacten, humanitaire hulp en moet er een gezamenlijk standpunt van de oppositie in Syrië zijn. Tot nu toe is er daarover geen zekerheid. Ik hoop dat wij zoveel druk kunnen zetten op Rusland dat het mogelijk zal zijn een dialoog en misschien zelfs een akkoord te bereiken met Syrië. Op dit ogenblik blijft België bereid om in samenwerking met de Verenigde Naties en de Arabische Liga voor de bevolking van Syrië met humanitaire hulp een oplossing te vinden."
In zijn repliek toonde Tuybens zich akkoord met minister Reynders dat de nood zeer groot is, voor het intensifiëren van de diplomatieke inspanningen en het overwegen van extra economische sancties. "Militair geweld leidt zelden tot het resultaat dat we beogen, het is altijd the last resort, het leidt tot escalaties en excessen en is bijzonder duur, zowel in geld als in mensenlevens. Men moet geen eerste minister of fractieleider in het Europees Parlement zijn om in te zien dat militair geweld werkelijk het allerlaatste is dat men beoogt om de situatie in Syrië op te lossen."
|
|
|
|
 |
| Focus |
|
Balans incident-Coene
02.05.2012
We blijven het op veel vlakken met z'n allen eens: lekken uit een besloten zitting van het parlement kan niet. Indien ik aan deze zitting had deelgenomen, moest de pers mij alvast niet naar een bevestiging van het lek vragen. Deze dunne koord is niet aan mij besteed, aan anderen wel blijkbaar. Dat heb ik als eerste duidelijk gemaakt in de Kamer, met instemming van alle partijen.
Dat gouverneur Coene afgelopen maandag zo nodig een persontmoeting diende te organiseren om de puntjes op de i te plaatsen, is zijn recht. Zelfs tijdens de beursopening; de notering van Dexia Holding staat vandaag zo laag - als de aandelenkoers met twee eurocent beweegt, stijgt of daalt de notering met ruim 11% ... - dat het mogelijke effect verwaarloosbaar zou zijn geweest.
Er werd de heer Coene gevraagd of hij het parlement misbruikt heeft (schrijvende pers, koester de nuance, ik heb alvast enkel het woord ‘gebruikt' uitgesproken, niet ‘misbruikt'. En neen, ik vit niet, er is wel degelijk een verschil.) en daar antwoordde hij ‘geenszins' op. Het woord ‘hoogdringendheid' zou hij in de commissie niet in de mond hebben genomen, maar anderzijds vindt de gouverneur dat een kapitaalverhoging onafwendbaar is en liever vroeger dan later. Is hier ook een nuance te koesteren?
De bevolking heeft recht op de stand van zaken in dit dossier. Transparantie neemt onrust weg als je kortetermijneffecten minder laat wegen. We dragen met z'n allen Dexia Holding nog minstens een halve generatie mee, en hopelijk komt er terug rust in de markt om de eindfactuur niet te fel te laten oplopen.
Ik heb alvast niet de intentie gehad in de uitoefening van mijn controletaak als parlementslid de heer Coene te ‘gebruiken' of ‘misbruiken'. Iedereen dient zich naar mijn oordeel best aan zijn of haar rol en functie te houden, het is al ingewikkeld genoeg. Een gouverneur van de Nationale Bank dient onrust weg te nemen bij bevolking en financiële markten. Zijn functie is de laatste om golven te veroorzaken en de eerste om golven te breken. Voor een ex-politicus is dit misschien moeilijk, maar niet onmogelijk om pas zichtbaarheid voor zichzelf te creëren als het echt belangrijk of hard nodig is. Vraag is of dat afgelopen maandag zo was. Alleszins is de heer Coene verstandig genoeg om niet zo naïef te zijn.
Ook dit nog: als de Financiënminister, met dit alles in het achterhoofd, in de plenaire Kamer van Volksvertegenwoordigers verklaart dat er geen aanvraag voor kapitaalverhoging is ingediend, zal dat ongetwijfeld de waarheid zijn, maar een nuance was hier toch ook op zijn plaats. ‘Aanval is de beste verdediging', moet de Minister gedacht hebben en een individueel Kamerlid werd geviseerd en genoemd. Het lijkt me beter dat de Minister deze tactiek niet langer toepast. Het doet zijn geloofwaardigheid geen goed. Hij is er ook niet goed in, hij heeft andere kwaliteiten.
|
|
 |
|
|
|