De hold-up van Dexia Holding Afdrukken E-mail
08/01/2012
Ondanks een peilsnelle ondergang en een peperdure redding door de staat keert Dexia Holding zijn topkader gewoon opnieuw een variabel loon uit. De geschiedenis blijft zichzelf gewoon herhalen, alsof het voorbije jaar nooit gebeurd is.

Dexia keerde eind vorig jaar minstens vijftig topmensen een variabel loon uit tot 45.000 euro bruto. Geen ‘bonus', maar een ‘functiepremie', zo wordt verdedigd. Een creatieve vondst om uit het oog van de storm te blijven, nu de term ‘bonus' maatschappelijk helemaal opgebruikt is. Dat ze bij Dexia dachten dat ze met zo'n semantisch spelletje zouden wegkomen, is de perfecte illustratie van de wereldvreemdheid aan de top van de holding.

Maar niets is nieuw. De wonderlijke vondst van de ‘functiepremie' is meer dan louter semantiek en dateert al van vorig jaar. Dexia betaalde toen CEO Pierre Mariani onder groot protest een gelijkaardige extra uit als het jaar ervoor, ook al was de winst van de groep met bijna 30% gedaald. Daarom besliste Dexia zijn topman ‘slechts' 600.000 euro bonus uit te betalen, netjes in drie jaar gespreid zoals Europa dat oplegt, en vulde ze dit aan met 200.000 euro ‘functiepremie'. Deze premie valt onder een fiscaalvriendelijker regime en wordt uitgekeerd zonder spreiding in de tijd. Dertig procent minder bedrijfswinst, maar de facto een hogere variabele vergoeding. Pervers.

Het parlement had net ervoor, op mijn voorstel als toenmalig oppositiekamerlid maar toch in unanimiteit, de bankentop gevraagd terughoudend te zijn. Quod non. Toen al vroegen we de minister van Financiën wat zijn vertegenwoordigers binnen de raad van bestuur van het bedrijf aan de discussie hadden toegevoegd, wat de ministeriële instructies waren aan deze vertegenwoordigers, maar daarop kregen we nooit antwoord. Eén van de problemen waarmee de raad van bestuur van Dexia Groep toen te kampen had, was de ogenschijnlijke contractueel vastgelegde ‘variabele' (lees goed : een vastgelegde variabele) vergoeding waarop Mariani kon rekenen. ‘We moeten wel een gelijkaardig variabel loon uitbetalen of we plegen contractbreuk', die uitleg. Een achteraf opgebiechte ‘inschattingsfout', dixit voorzitter van de raad van bestuur Jean-Luc Dehaene, moest volstaan om er zonder veel penitentie vanaf te geraken.

Ook de vakbonden van de Dexia Groep veroordeelden toen de ‘functiepremie' van Mariani, als omzeiling van de bonus. Het is dan ook bijzonder vreemd dat de christelijke vakbond LBC ondertussen een cao ondertekent waarin eenzelfde soort functiepremie wordt toegekend aan de hoogste kaderleden. "De mensen die het bedrijf vandaag overeind houden, mogen niet gestraft worden", luidt de argumentatie. Maar dat lijkt me slechts in aanmerking te komen indien hun inkomen niet meer gegarandeerd zou zijn geweest.

Er is absoluut niets dat een extra premie tot 45.000 euro voor de topkaderleden van Dexia rechtvaardigt. Na een verlies van ruim tien miljard euro in 2011, een diepe beursval en een levensnoodzakelijke financiële overheidsinjectie is er vandaag nog slechts sprake van Dexia dankzij de overheid. Uit welke winstrekening heeft de directie van Dexia Holding nog de middelen gevonden om bovenop de maandelijkse salarissen een variabel loon uit te keren? Heeft de regering via haar bestuursvertegenwoordigers inspraak gehad, haar akkoord verleend? Wat hebben deze bestuurders ondernomen om de door het parlement gevraagde terughoudendheid in de praktijk om te zetten? Naast de ethische invulling van die functie is er ook het nieuwe regeerakkoord, dat duidelijk variabele lonen in ondernemingen die door de overheid zijn gered, onmogelijk maakt.

Deze beslissing van Dexia Holding is bovendien een regelrechte klap voor die mensen in het bedrijfsleven die stapje voor stapje proberen de ondernemingen een meer maatschappelijk aanvaardbaar gelaat te geven. Voor de mensen die proberen bedrijfsbeslissingen op het maatschappelijke speelveld te kaderen, te verantwoorden. Elk mogelijk klein stapje vooruit wordt telkens weer met zo'n windstoot teniet gedaan. Is er dan niemand thuis bij de sectorvereniging Febelfin? Waar zitten de gezagvoerders van de ondernemerswereld?

Ondertussen blijft de geschiedenis zich maar herhalen. Dexia is op drie jaar tijd twee keer gered door de overheid, heeft voor honderd miljard euro aan staatswaarborgen gekregen. Die staat heeft de bank en de jobs bij Dexia gered, moet nu zelf een hogere rente betalen voor haar eigen leningen als gevolg van die operaties. Dan verwacht je vastberadenheid om het deze keer anders te doen. Maar Mariani en co doen gewoon verder alsof Dexia nooit in de problemen is geraakt. Met vertegenwoordigers van de reddende overheden in hun bestuur. Het is altijd de fout van diegenen die voor hen kwamen of die na hen zullen komen. ‘Wij zijn alvast goed bezig'.

In tijden van crisis is het in de politiek vaak erg moeilijk om onpopulaire maatregelen uit te leggen. Maar doe je dat eerlijk en met open vizier, dan begrijpen de mensen waarom ze nodig zijn. Maar deze beslissing in een bank die niet eens meer bestond zonder de politiek, is niet uit te leggen. Oeps, een ‘inschattingsfout'?


Bruno Tuybens


Gepubliceerd in De Standaard op 7 januari 2012.

 
< Vorige   Volgende >
 Focus  
31.01.2012

De federale regering vond een langverwachte uitweg over de splitsing van BHV, slaagde er in een uitgebalanceerde begroting 2012 op te stellen, maar slaagt er alsnog niet in bij consensus de raad van bestuur van Dexia Bank België samen te stellen. "Omdat de regering vertrekt vanuit een bunkervisie", zegt Tuybens. "Dit is niet consequent ten aanzien van de vraag van de overheid om diversiteit te creëren in bestuursraden en wellicht heeft een loutere partijpolitieke keuze weinig draagvlak bij de bevolking." Hij pleit voor echte onafhankelijke bestuurders, à rato van één op zes.

Het is wetenschappelijk bewezen dat, hoe diverser samengesteld een groep beslissers, hoe meer kans er is dat een genomen beslissing breed gedragen wordt en langetermijnfocus heeft. Vandaar dat het goed zou zijn dat er, naast aangeduide en bekwame overheidsbestuurders, ook echt onafhankelijke bestuurders zouden komen. Het principe is al in 2006 bij de FPIM met succes uitgetest.

Opgelet: we hebben schitterende, enorm bekwame overheidsbestuurders! Maar enkel door de partijen aangeduide vertegenwoordigers zorgen niet voor die nodige diversiteit. Er zijn andere belanghebbenden zoals de klanten, het personeel, en een bedrijf heeft meer verantwoording af te leggen dan louter de aandeelhouders. De Wet van 2 augustus 2002 heeft het systeem van niet-uitvoerende, onafhankelijke bestuurders ingevoerd in het bedrijfsleven. In de Memorie van toelichting staat te lezen : "De aanwezigheid van onafhankelijke bestuurders kan ertoe bijdragen dat de resultaten die de vennootschap genereert ook in het belang van de werknemers zullen kunnen worden aangewend.". Verder ook nog "De onafhankelijke bestuurder wordt aangeduid tot de bewaker van de belangen van de onderneming, met inbegrip van haar werknemers en van de andere stakeholders".

Na zes maand armworstelen met Didier Reynders in de regering slaagde ik in 2006 als staatssecretaris voor overheidsbedrijven bij FPIM twee echte onafhankelijke bestuurders te kunnen aanduiden. Twee nobele onbekende specialisten, die op basis van advertenties in Vacature en Job-At in contact zijn gekomen met deze functies, en waarvan een jury van vier topmensen alles wist van de kandidaten qua skills en motivatie, behalve hun politieke voorkeur. De jury, bestaande uit een academicus en topmensen van CBFA en de Nationale Bank van België, selecteerde objectief en in consensus de meest geschikte kandidaten. De wet bepaalde de criteria van niet-partij-aanhorigheid (zie volledige tekst onderaan). De CEO van bpost, Johnny Thijs, zei me toen vooraf dat het me nooit zou lukken, dat ik absoluut een headhunter onder de arm diende te nemen. De commerciële belangen, het elkaars rug krabben. de headhunters zijn zoals de ratingbureaus : ik schrijf wat je wil, als je ons maar nieuwe opdrachten geeft nadien.

Bovendien schrijven deze twee onafhankelijke bestuurders hun eigen pagina's in het jaarrapport van FPIM, zonder dat iemand mee over de schouders kijkt. Een verantwoording aan de samenleving, niet uitsluitend aan de regering.

Mijn voorstel is dan ook om telkens voor elke zes bestuurders één ‘echt' onafhankelijke bestuurder te benoemen volgens de bestaande FPIM-wetgeving. Dit zal zorgen voor mensen met meer voorbereidingstijd en een breder gezichtsveld. Bovendien sluit een dergelijke samenstelling van de raad van bestuur meer aan bij de wensen en de belangen van de klanten en het personeel van de onderneming. We kunnen als overheid met meer kracht van grote private ondernemingen hetzelfde eisen, meer druk zetten op de effectieve tenuitvoerbrenging van hun eigen corporate governance principes zonder de vluchtweg van de ‘comply or explain' te moeten inslaan, hun maatschappelijke verantwoording is vandaag veel te laag ten opzichte van hun impact.

 
 
Home
Biografie
Parlement
Zwalm
Regio
Ondernemingen
Mensenrechten
Staatssecretaris '05-'07
Foto's
Links
Nieuwsbrief
Contact