 |
|
Eerste barsten in glazen plafond |
|
|
|
01/03/2011 |
sp.a -Kamerlid Bruno Tuybens is tevreden dat er eindelijk een wettelijke verplichting komt voor minstens één derde vrouwen in de raden van bestuur van beursgenoteerde vennootschappen. "Als bedrijven zich niet aan hun beloftes houden, legt de wet voortaan sancties op", stelt hij.Na een hele reekshoorzittingen en enkele onderhandelingsrondes is er vandaag in de Kamercommissie Handelsrecht op initiatief van sp.a, PS, CD&V, cdH, Groen! en Ecolo een akkoord gevonden voor een gegarandeerde vertegenwoordiging van minstens één derde vrouwen in de raden van bestuur van beursgenoteerde vennootschappen en overheidsbedrijven. "Dit is eenbelangrijke stap vooruit en een duidelijk signaal naar de bedrijfswereld", zegt Tuybens. "Die had in haar corporate governance code immers al beloofd die één derde te zullen halen. Nu verankeren we die belofte in de wet en koppelen we er ook sancties aan als men de regel niet respecteert. Geen vrijheid blijheid dus, maar meetbare doelstellingen."
De bedrijven worden wel niet geacht om van de ene dag op de andere hun Raad van Bestuur anders samen te stellen. De wet bevat dan ook overgangstermijnen. De overheidsbedrijven moeten zich volgend jaar al aan de wet aanpassen. De overheid geeft namelijk best zelf het goede voorbeeld. De grote en middelgrote bedrijven krijgen vijf boekjaren tijd. Als men bij het begin van het zesde jaar geen één derde vrouwen in de raad van bestuur heeft, dan is elke nieuwe benoeming in strijd met deze wet nietig. Als men een jaar later nog altijd niet aan de wet is aangepast, dan is zelfs elke beslissing van de raad van bestuur nietig. De kleinste vennootschappen tenslotte krijgen een overgangstermijn van zeven jaar. Bruno Tybens: "Men krijgt dus meer dan voldoende tijd om zich aan te passen, maar moet ondertussen wel in elk jaarverslag aangeven welke inspanningen men ondertussen heeft ondernomen. Voldoet men na de overgangstermijn toch nog niet aan de wettelijk vereiste één derde, dan mogen we wel streng zijn." |
|
|
|
 |
| Focus |
|
Balans incident-Coene
02.05.2012
We blijven het op veel vlakken met z'n allen eens: lekken uit een besloten zitting van het parlement kan niet. Indien ik aan deze zitting had deelgenomen, moest de pers mij alvast niet naar een bevestiging van het lek vragen. Deze dunne koord is niet aan mij besteed, aan anderen wel blijkbaar. Dat heb ik als eerste duidelijk gemaakt in de Kamer, met instemming van alle partijen.
Dat gouverneur Coene afgelopen maandag zo nodig een persontmoeting diende te organiseren om de puntjes op de i te plaatsen, is zijn recht. Zelfs tijdens de beursopening; de notering van Dexia Holding staat vandaag zo laag - als de aandelenkoers met twee eurocent beweegt, stijgt of daalt de notering met ruim 11% ... - dat het mogelijke effect verwaarloosbaar zou zijn geweest.
Er werd de heer Coene gevraagd of hij het parlement misbruikt heeft (schrijvende pers, koester de nuance, ik heb alvast enkel het woord ‘gebruikt' uitgesproken, niet ‘misbruikt'. En neen, ik vit niet, er is wel degelijk een verschil.) en daar antwoordde hij ‘geenszins' op. Het woord ‘hoogdringendheid' zou hij in de commissie niet in de mond hebben genomen, maar anderzijds vindt de gouverneur dat een kapitaalverhoging onafwendbaar is en liever vroeger dan later. Is hier ook een nuance te koesteren?
De bevolking heeft recht op de stand van zaken in dit dossier. Transparantie neemt onrust weg als je kortetermijneffecten minder laat wegen. We dragen met z'n allen Dexia Holding nog minstens een halve generatie mee, en hopelijk komt er terug rust in de markt om de eindfactuur niet te fel te laten oplopen.
Ik heb alvast niet de intentie gehad in de uitoefening van mijn controletaak als parlementslid de heer Coene te ‘gebruiken' of ‘misbruiken'. Iedereen dient zich naar mijn oordeel best aan zijn of haar rol en functie te houden, het is al ingewikkeld genoeg. Een gouverneur van de Nationale Bank dient onrust weg te nemen bij bevolking en financiële markten. Zijn functie is de laatste om golven te veroorzaken en de eerste om golven te breken. Voor een ex-politicus is dit misschien moeilijk, maar niet onmogelijk om pas zichtbaarheid voor zichzelf te creëren als het echt belangrijk of hard nodig is. Vraag is of dat afgelopen maandag zo was. Alleszins is de heer Coene verstandig genoeg om niet zo naïef te zijn.
Ook dit nog: als de Financiënminister, met dit alles in het achterhoofd, in de plenaire Kamer van Volksvertegenwoordigers verklaart dat er geen aanvraag voor kapitaalverhoging is ingediend, zal dat ongetwijfeld de waarheid zijn, maar een nuance was hier toch ook op zijn plaats. ‘Aanval is de beste verdediging', moet de Minister gedacht hebben en een individueel Kamerlid werd geviseerd en genoemd. Het lijkt me beter dat de Minister deze tactiek niet langer toepast. Het doet zijn geloofwaardigheid geen goed. Hij is er ook niet goed in, hij heeft andere kwaliteiten.
|
|
 |
|
|
|