Light wetsontwerp deugdelijk bestuur goedgekeurd Afdrukken E-mail
16/02/2010

geld.jpgOp donderdag 11 februari ll. werd het wetsontwerp deugdelijk bestuur goedgekeurd in de plenaire zitting van de Kamer.  sp.a vindt deze light versie van een wetsontwerp inzake deugdelijk bestuur een gemiste kans. Vooraleer het wetsontwerp ter stemming werd gebracht nam Bruno Tuybens het woord. Bruno motiveerde de tegenstem van sp.a aan de hand van zes fundamentele kritieken op het wetsontwerp.

Klik hier voor de de volledige tussenkomst van Bruno Tuybens.

  

Abstract uit de tussenkomst van Bruno Tuybens

Een eerste fundamentele kritiek is dat aan de royale bonussen en gouden parachuteregelingen van vandaag in wezen niet wordt geraakt. De nieuwe regels gelden voor de nieuwe contracten. Warren Buffet zei ooit smalend dat een ontslagen CEO  meer verdiende op de dag van het leegmaken van zijn kantoor dan een arbeider gedurende heel zijn leven. Dat blijft in België zo voor de bestaande contracten. Ik herinner mij dat de eerste minister de riante oprotpremie van Gilbert Mittler, de ex-Fortis-topman onvoorstelbaar vond - zo stond het tenminste in Het Laatste Nieuws - en een kaakslag voor alle werknemers, klanten en kleine aandeelhouders: "Ik vind het ronduit schandalig. Ik weet niet goed of men bij Fortis beseft waar men mee bezig is. Snapt men dan echt niet dat het anders moet". Welnu, in onderhavig wetsontwerp gebeurt daar niets aan. De regering heeft ervoor gekozen om daaraan niets te wijzigen. Vandaar hebben wij het amendement nummer 31 ingediend, dat wij hier graag herhalen. Daarin vragen wij dat de maatregel nu al in uitvoering zou zijn.

Tweede punt van kritiek is dat de onafhankelijke bestuurders nog altijd met aandelengerelateerde elementen kunnen worden vergoed. Ik kan er ook niet aan doen dat de regering vijftien maanden heeft gewacht om het voorliggende wetsontwerp aan het Parlement voor te leggen. Het werd echter voorgelegd net op het ogenblik van de sociale crisis bij AB InBev. De link is dus niet door mij gelegd. In ieder geval stelt de corporate governance code heel uitdrukkelijk dat het niet kan dat niet-uitvoerende bestuurders een variabel loon krijgen dat aandelengerelateerd is.Het is de wens en de beslissing van de huidige regering om in tegenstrijd met de corporate governance code van België, in tegenstrijd ook met een aanbeveling van de Europese Commissie die niets aan onduidelijkheid overlaat, ondanks de praktijk in Nederland sinds 1996 - dus al meer dan 14 jaar lang - en omdat er bepaalde belangen te behartigen zijn, dat aan de verloning niets wordt gewijzigd. Met niets bedoel ik dat er in de praktijk weliswaar een verstrenging is, met name via de ondernemingsraad en de algemene vergadering van aandeelhouders. Ik zou de heer De Potter willen uitnodigen de samenstelling van de raad van bestuur vaeens goed te bekijken. In voorkomend geval zal hij merken dat de algemene vergadering van aandeelhouders en de raad van bestuur van het bedrijf dezelfde samenstelling heeft. Er ontstaat dus een situatie, waarbij het voorliggende wetsontwerp op maat van één persoon is gemaakt. Er is immers slechts één bedrijf in België dat qua grootte tot de top-50 van de bedrijven in ons land en beursgenoteerde ondernemingen behoort, dat een dergelijk systeem van aandelengerelateerde vergoedingen voor niet-uitvoerende bestuurders heeft. Wij kennen allen de namen van de  -dit is nog erger- Belgische, onafhankelijke bestuurders. De voorliggende wet wordt op maat gemaakt van een ex-eerste minister, namelijk ex-eerste minister Dehaene, die als niet-uitvoerend, onafhankelijk bestuurder bij AB InBev toch nog de kans moet krijgen zijn verworvenaandelenopties op een bepaald ogenblik te kunnen realiseren. Zoals u weet, gaat het - de cijfers zijn mij door AB InBev bevestigd - over een slordige 1,5 miljoen euro, die naar alle waarschijnlijkheid zal worden gerealiseerd en waarvan de meerwaarden overigens onbelast zijn. Ik vind het echt niet kunnen. U hoeft dus niet te schrikken dat er mensen zeggen dat de schande regeert. De schande regeert!

Derde belangrijk punt van kritiek is dat de meerderheidspartijen enerzijds het goed oordelen dat een jaarverslag van een onderneming elementen bevat die verder gaan dan het louter financiële. Vroeger was het jaarverslag van een onderneming een financieel jaarverslag. Nu worden meestal uit overwegingen van promotie en publiciteit ook niet-financiële criteria opgenomen in een jaarverslag. Op zichzelf is dat zeker geen probleem, integendeel. Ik vind het goed dat een onderneming haar belang in de samenleving op die wijze erkent. Op die manier wordt er gerapporteerd over personeelsaspecten, milieu-impact en dergelijke meer. Dat is een goede zaak. Met onderhavig wetsontwerp wordt het remuneratieverslag ook in het jaarverslag geïncorporeerd, wat eveneens positief is. Maar wanneer het dan gaat over de hoogmis van de onderneming, de eenmalige algemene vergadering van aandeelhouders, dan is het, anderzijds, plots veel te veel dat vertegenwoordigers van de relevante belanghebbenden al is het maar vijf of tien minuten spreekrecht krijgen. Ik kan het niet anders zeggen: dat is een anomalie. Uiteindelijk zou men op die manier de vele incidenten, waarbij onder andere vredesbewegingen bij Barco binnenstappen en een aandeeltje moeten kopen om binnen te mogen, vermijden door de relevante stakeholders gewoon te erkennen zoals ze zijn. Dat hoeven er geen vijfentwintig te zijn, een stuk of vijf à zes is al meer dan voldoende.Het zou een correcte behandeling zijn van de relevante belanghebbenden indien men hun ook de kans geeft om zowel in de private ondernemingen als in de overheidsbedrijven mee te spreken. Het was een amendement ingediend door sp.a, Ecolo-Groen! en de PS. Ik heb moeten vaststellen dat de meerderheidspartij PS tegen haar eigen amendement heeft gestemd vorige dinsdag.

Een vierde aspect heeft te maken met de door regeringsleden breed aangekondigde idee om een derde van de leden van de raad van bestuur van private ondernemingen binnen drie of vier jaar van het andere geslacht te laten zijn. Dat betekent dat minstens een derde van de leden van de raden van bestuur binnen drie of vier jaar mensen van het andere geslacht zouden zijn ten opzichte van de meerderheid van de bestuurders. Ik zou kunnen zeggen dat het het amendement-Joëlle Milquet is, om de cdH een plezier te doen. Ik zou ook kunnen zeggen dat het het amendement-Sabine de Bethune is. Op 10 november 2009 werd in het groot aangekondigd dat zij het een zeer goed idee vond. Het is dus het amendement Milquet-de Bethune. Ik heb dat amendement ingediend en wat blijkt? Ik heb van de minister van Justitie het antwoord gekregen dat het eigenlijk niets met het wetsontwerp te maken heeft. Nochtans handelt het wetsontwerp over deugdelijk bestuur van private ondernemingen. Ik denk dat het zeer deugdelijk zou zijn voor de ondernemingen indien er een grotere diversiteit is in de samenstelling van de raad van bestuur, zowel verschillende geslachten als echte onafhankelijke bestuurders. Dat zijn elementen die het beslissingsproces in de onderneming ten goede zouden komen, maar klaarblijkelijk mag het niet.

Het vijfde punt is de inhoud van de bonus. Wij hebben een amendement ingediend dat ertoe strekt dat de bonus die de leden van het directiecomité van de private ondernemingen krijgen, aan andere dan alleen financiële criteria onderhevig zou zijn. Financiële criteria zijn er voldoende: de groeicijfers, de aandelenkoersevolutie, enzovoort. Dat is uiteraard gemakkelijk. Andere aspecten zoals de evolutie van de personeelstevredenheid en de klantentevredenheid en de vermindering van de milieu-impact van ondernemingen, kunnen vandaag klaarblijkelijk niet in dit wetsontwerp worden opgenomen. Wij hebben een amendement ingediend, dat wij vandaag niet opnieuw indienen, om een element van beoordeling voor private ondernemingen in te voeren. Wij dienen vandaag wel opnieuw het amendement in dat ertoe strekt dat dit bij overheidsbedrijven minstens de helft van de criteria zou moeten inhouden.

Mijn zesde punt van kritiek is ten slotte, de actualisatie van de renumeratie bij sociale onderhandelingen. Stel dat er op dit ogenblik sociale problemen zijn in een bepaalde onderneming. Men wil aan beide kanten van de onderhandelingstafel weten wat er gebeurt. Er is sociale onzekerheid, er komen gegarandeerd ontslagen en dergelijke meer. Er moet nog besproken worden in de ondernemingsraad hoeveel ontslagen er komen. De sociale onderhandelingen beginnen bijna, men zit aan de vooravond daarvan. Goed, de vakorganisaties en de personeelsvertegenwoordigers vragen uitdrukkelijk op welke wijze de top wordt verloond. Op dat ogenblik kunnen die mensen alleen het renumeratieverslag van het jaar 2008 lezen, want dat van 2009 is nog niet uit. Dat komt pas in april uit. Welnu, er is een amendement door ons opgesteld om aan de vooravond van dergelijke sociale onderhandelingen effectief open kaart te spelen en ervoor te zorgen dat er volledige transparantie bestaat over een geactualiseerd renumeratieverslag. Het gaat om amendement nr. 29. Wij hebben dat ingediend. Wij vinden het ontzettend belangrijk dat dit een kans zou krijgen.

 
< Vorige   Volgende >
 Focus  
31.01.2012

De federale regering vond een langverwachte uitweg over de splitsing van BHV, slaagde er in een uitgebalanceerde begroting 2012 op te stellen, maar slaagt er alsnog niet in bij consensus de raad van bestuur van Dexia Bank België samen te stellen. "Omdat de regering vertrekt vanuit een bunkervisie", zegt Tuybens. "Dit is niet consequent ten aanzien van de vraag van de overheid om diversiteit te creëren in bestuursraden en wellicht heeft een loutere partijpolitieke keuze weinig draagvlak bij de bevolking." Hij pleit voor echte onafhankelijke bestuurders, à rato van één op zes.

Het is wetenschappelijk bewezen dat, hoe diverser samengesteld een groep beslissers, hoe meer kans er is dat een genomen beslissing breed gedragen wordt en langetermijnfocus heeft. Vandaar dat het goed zou zijn dat er, naast aangeduide en bekwame overheidsbestuurders, ook echt onafhankelijke bestuurders zouden komen. Het principe is al in 2006 bij de FPIM met succes uitgetest.

Opgelet: we hebben schitterende, enorm bekwame overheidsbestuurders! Maar enkel door de partijen aangeduide vertegenwoordigers zorgen niet voor die nodige diversiteit. Er zijn andere belanghebbenden zoals de klanten, het personeel, en een bedrijf heeft meer verantwoording af te leggen dan louter de aandeelhouders. De Wet van 2 augustus 2002 heeft het systeem van niet-uitvoerende, onafhankelijke bestuurders ingevoerd in het bedrijfsleven. In de Memorie van toelichting staat te lezen : "De aanwezigheid van onafhankelijke bestuurders kan ertoe bijdragen dat de resultaten die de vennootschap genereert ook in het belang van de werknemers zullen kunnen worden aangewend.". Verder ook nog "De onafhankelijke bestuurder wordt aangeduid tot de bewaker van de belangen van de onderneming, met inbegrip van haar werknemers en van de andere stakeholders".

Na zes maand armworstelen met Didier Reynders in de regering slaagde ik in 2006 als staatssecretaris voor overheidsbedrijven bij FPIM twee echte onafhankelijke bestuurders te kunnen aanduiden. Twee nobele onbekende specialisten, die op basis van advertenties in Vacature en Job-At in contact zijn gekomen met deze functies, en waarvan een jury van vier topmensen alles wist van de kandidaten qua skills en motivatie, behalve hun politieke voorkeur. De jury, bestaande uit een academicus en topmensen van CBFA en de Nationale Bank van België, selecteerde objectief en in consensus de meest geschikte kandidaten. De wet bepaalde de criteria van niet-partij-aanhorigheid (zie volledige tekst onderaan). De CEO van bpost, Johnny Thijs, zei me toen vooraf dat het me nooit zou lukken, dat ik absoluut een headhunter onder de arm diende te nemen. De commerciële belangen, het elkaars rug krabben. de headhunters zijn zoals de ratingbureaus : ik schrijf wat je wil, als je ons maar nieuwe opdrachten geeft nadien.

Bovendien schrijven deze twee onafhankelijke bestuurders hun eigen pagina's in het jaarrapport van FPIM, zonder dat iemand mee over de schouders kijkt. Een verantwoording aan de samenleving, niet uitsluitend aan de regering.

Mijn voorstel is dan ook om telkens voor elke zes bestuurders één ‘echt' onafhankelijke bestuurder te benoemen volgens de bestaande FPIM-wetgeving. Dit zal zorgen voor mensen met meer voorbereidingstijd en een breder gezichtsveld. Bovendien sluit een dergelijke samenstelling van de raad van bestuur meer aan bij de wensen en de belangen van de klanten en het personeel van de onderneming. We kunnen als overheid met meer kracht van grote private ondernemingen hetzelfde eisen, meer druk zetten op de effectieve tenuitvoerbrenging van hun eigen corporate governance principes zonder de vluchtweg van de ‘comply or explain' te moeten inslaan, hun maatschappelijke verantwoording is vandaag veel te laag ten opzichte van hun impact.

 
 
Home
Biografie
Parlement
Zwalm
Regio
Ondernemingen
Mensenrechten
Staatssecretaris '05-'07
Foto's
Links
Nieuwsbrief
Contact