Quotawet definitief goedgekeurd Afdrukken E-mail
01/07/2011
genderquota.jpg

Het wetsvoorstel ter vervrouwelijking van de raden van bestuur, beter gekend als 'de vrouwenquota', werd gisteravond definitief goedgekeurd in de Senaat. Dat de stemming nog gebeurde voor het zomerreces is te danken aan de snelle evocatie van de indienende partijen, op verzoek van Bruno Tuybens.

De stemming leverde 36 ja-stemmen (PS, sp.a, Ecolo, Groen!, CD&V en cdH) op, 22 tegenstemmen (Open Vld, N-VA en Vlaams Belang) en 8 onthoudingen (vooral MR). De tekst die vanuit de Kamer overkwam bleef uiteindelijk ongewijzigd, waardoor het wetsvoorstel nu definitief is goedgekeurd. Bruno Tuybens, mede-indiener en één van de drijvende krachten achter dit voorstel: "Ik ben zeer verheugd dat het wetsvoorstel eindelijk definitief werd goedgekeurd na een tocht vol hindernissen. Maar gelukkig hebben de vertragingsmechanismen hun doel niet bereikt. Nu enkel nog wachten op de handtekening van de Koning.

Deze wet verplicht beursgenoteerde en overheidsondernemingen om minstens 1/3de vrouwen op te nemen in de raden van bestuur.

De bedrijven moeten niet plots hun bestuursraad anders samenstellen. De wet bevat overgangstermijnen. Overheidsbedrijven geven het goede voorbeeld en krijgen een jaar de tijd. Voor grote en middelgrote bedrijven geldt een overgangsperiode van vijf jaar. Als ze bij het begin van het zesde jaar geen derde vrouwen in hun raad van bestuur hebben, worden al hun nieuwe benoemingen ongeldig. En als ze een jaar later nog altijd niet hebben geluisterd verliezen de bestuurders alle voordelen verbonden aan het bestuursmandaat. De kleinste vennootschappen krijgen, tot slot, een overgangstermijn van acht jaar.

 
< Vorige   Volgende >
 Focus  

Balans incident-Coene


 02.05.2012

We blijven het op veel vlakken met z'n allen eens: lekken uit een besloten zitting van het parlement kan niet. Indien ik aan deze zitting had deelgenomen, moest de pers mij alvast niet naar een bevestiging van het lek vragen. Deze dunne koord is niet aan mij besteed, aan anderen wel blijkbaar. Dat heb ik als eerste duidelijk gemaakt in de Kamer, met instemming van alle partijen.
Dat gouverneur Coene afgelopen maandag zo nodig een persontmoeting diende te organiseren om de puntjes op de i te plaatsen, is zijn recht. Zelfs tijdens de beursopening; de notering van Dexia Holding staat vandaag zo laag - als de aandelenkoers met twee eurocent beweegt, stijgt of daalt de notering met ruim 11% ... - dat het mogelijke effect verwaarloosbaar zou zijn geweest.
Er werd de heer Coene gevraagd of hij het parlement misbruikt heeft (schrijvende pers, koester de nuance, ik heb alvast enkel het woord ‘gebruikt' uitgesproken, niet ‘misbruikt'. En neen, ik vit niet, er is wel degelijk een verschil.) en daar antwoordde hij ‘geenszins' op. Het woord ‘hoogdringendheid' zou hij in de commissie niet in de mond hebben genomen, maar anderzijds vindt de gouverneur dat een kapitaalverhoging onafwendbaar is en liever vroeger dan later. Is hier ook een nuance te koesteren?
De bevolking heeft recht op de stand van zaken in dit dossier. Transparantie neemt onrust weg als je kortetermijneffecten minder laat wegen. We dragen met z'n allen Dexia Holding nog minstens een halve generatie mee, en hopelijk komt er terug rust in de markt om de eindfactuur niet te fel te laten oplopen.
Ik heb alvast niet de intentie gehad in de uitoefening van mijn controletaak als parlementslid de heer Coene te ‘gebruiken' of ‘misbruiken'. Iedereen dient zich naar mijn oordeel best aan zijn of haar rol en functie te houden, het is al ingewikkeld genoeg. Een gouverneur van de Nationale Bank dient onrust weg te nemen bij bevolking en financiële markten. Zijn functie is de laatste om golven te veroorzaken en de eerste om golven te breken. Voor een ex-politicus is dit misschien moeilijk, maar niet onmogelijk om pas zichtbaarheid voor zichzelf te creëren als het echt belangrijk of hard nodig is. Vraag is of dat afgelopen maandag zo was. Alleszins is de heer Coene verstandig genoeg om niet zo naïef te zijn.
Ook dit nog: als de Financiënminister, met dit alles in het achterhoofd, in de plenaire Kamer van Volksvertegenwoordigers verklaart dat er geen aanvraag voor kapitaalverhoging is ingediend, zal dat ongetwijfeld de waarheid zijn, maar een nuance was hier toch ook op zijn plaats. ‘Aanval is de beste verdediging', moet de Minister gedacht hebben en een individueel Kamerlid werd geviseerd en genoemd. Het lijkt me beter dat de Minister deze tactiek niet langer toepast. Het doet zijn geloofwaardigheid geen goed. Hij is er ook niet goed in, hij heeft andere kwaliteiten.

 
 
Home
Biografie
Parlement
Zwalm
Regio
Ondernemingen
Mensenrechten
Staatssecretaris '05-'07
Foto's
Links
Nieuwsbrief
Contact